Jan-Auwke Diepenhorst (2026). Netanyahu. Een levensverhaal.
Uitgeverij Diepenhorst Press, Deventer (Nederland), augustus
2026. Paperback, 292 pagina’s, kaarten, chronologie, noten,
bibliografie, € 22,95.ISBN 978-94-6533-708-1; € 22,95
Netanyahu. Een levensverhaal
Benjamin Netanyahu (°1949) is de politicus die Israël het langst
leidde. Sinds 1996 was hij premier, oppositieleider of minister.
Hij leidt de meest rechtse regering in de Israëlische
geschiedenis. Tegelijk is hij de man die de meeste kritiek
kreeg, zeker sinds de oorlog tegen Gaza, Libanon en Iran en voor
de gewelddadige kolonisatie van de Westoever.
Inhoud
Netanyahu. Een levensverhaal
Dit
boek van Midden-Oosten-specialist Diepenhorst begint met vader
Benzion Netanyahu (° Warschau 1910 - Ϯ Jeruzalem 2012), die
professor geschiedenis en zionist was. De familie had
Wit-Russische roots en heette oorspronkelijk Mileikowsky.
Benzion betekent ‘Zoon van Zion’, Netanyahu staat voor ‘God
heeft gegeven’. Zoals Jabotinsky, Oekraïense zionistische
leider, 1880-1940, was Benzion een revisionistisch zionist: zij
‘herzagen’ het gematigde zionisme en vonden/vinden dat de Joden
recht hebben op beide oevers van de Jordaan, dus zowel Palestina
als Jordanië. De Joden zijn volgens hen enkel veilig als ze hun
lot volledig zelf in handen hebben.
Op 7 oktober 2023 vond de grootste veiligheidsramp uit de
Israëlische geschiedenis plaats, net bij de premier die
veiligheid zo benadrukte. Zijn reactie was buitenmatig wreed:
Gaza werd verwoest met minstens 73.000 doden. De oorlog tegen
Hamas werd ook een oorlog van Israël en de VS tegen Iran.
Dit boek gaat zowel over wie Netanyahu is als over wat hij van
zijn land gemaakt heeft en welk Israël hij zal nalaten.
Vader Benzion groeide op in Jeruzalem. Van 1936 tot 1939 maakte
hij de Palestijnse opstand mee, waarbij 5.000 Palestijnen, 300
Joden en ruim 200 Britse militairen omkwamen. Toen de Britten in
1937 het land wilden verdelen en aan de 7% Joden 20% toekenden,
hoorde Benzion bij de revisionisten, die heel het land opeisten
aan beide zijden van de Jordaan. In 1939 beperkten de Britten de
Joodse immigratie. In 1946 pleegde de Irgoen, de paramilitaire
verzetsbeweging van Menachem Begin, een aanslag op het Britse
bestuur in het King David Hotel in Jeruzalem. Er vielen
tientallen doden.
In 1947 werd Palestina verdeeld door de VN: de Joden kregen 55%.
Toen Ben-Goerion op 14 mei 1948 de staat Israël uitriep, waren
de revisionisten niet uitgenodigd. Toen waren er al 300.000
Palestijnen gevlucht of verdreven.
Tijdens de eerste oorlog van 1948-49 veroverde Israël nog 40%
meer grondgebied: het had nu 78%. En het aantal vluchtelingen
was gestegen tot 700.000. In het nieuwe Israël leefden nog
160.000 Arabieren of 15% van hun oorspronkelijke bevolking. Een
miljoen Joden arriveerden uit Europa of uit de Arabische landen.
Netanyahu (°1949) bracht zijn jeugd en zijn middelbare school
deels door in Jeruzalem en deels in de VS. Tijdens de Zesdaagse
Oorlog van 1967 raakte zijn broer Yoni zwaargewond. Toch ging
‘Bibi’ in het leger. In maart 1968 vocht hij mee in de slag bij
Karameh. Israël moest zich terugtrekken, voor de Palestijnen
voelde dit aan als een overwinning. In 1968-1972 nam hij deel
aan gevaarlijke vergeldingsacties in Libanon, Egypte, Syrië en
Israël. Deze laatste actie betrof een gekaapt Sabena-toestel. In
de Jom Kipoeroorlog van 1973 kenden Egypte en Syrië een
succesvol begin. Netanyahu haastte zich uit Boston om mee te
vechten. Terug in Boston, kwam hij in contact met het rechtse
Likoed, dat in 1973 met 39 zetels nummer 2 was geworden na de
Arbeiderspartij, die 51 zetels haalde. In 1976 werd zijn broer
Yoni gedood door een kogel van een Oegandese soldaat bij de
gijzelingsactie in Entebbe. In 1977 verloor de Arbeiderspartij
voor het eerst de verkiezingen ten voordele van Likoed van
Menachem Begin. In 1978 scheidde Netanyahu van zijn eerste
vrouw, die zwanger was. De tweede werd de Brits-Duitse Fleur
Cates.
In 1977 bezocht Sadat als eerste Arabische leider Jeruzalem. In
1979 volgden de Camp David-akkoorden tussen Carter, Begin en
Sadat. Egypte kreeg de Sinaï terug. Netanyahu was tegen die
akkoorden (p. 60).
In 1980 nam het Israëlische parlement de ‘Jeruzalem-wet’ aan:
Jeruzalem werd “één ongedeelde hoofdstad onder Israëlische
soevereiniteit.” In 1981 kreeg Israël opnieuw internationale en
Amerikaanse kritiek toen het een Iraakse kernreactor
vernietigde. Reagan had ook kritiek op de Golan-wet van december
1981, waarmee Israël het gebied definitief onder zijn bestuur
bracht. In dat jaar verdreef het leger de PLO uit Libanon naar
Tunesië. Reagan noemde dat een ‘holocaust’ (p. 67).
Toen Bashir Gemayel in september 1982 door een Syriër gedood
werd, trokken Maronieten de kampen Sabra en Shatila in en
vermoordden er 1.500 Palestijnen. Israël liet begaan. In Israël
protesteerden honderdduizenden mensen hiertegen. In 1983 pleegde
Hezbollah aanslagen op de Amerikaanse ambassade en op een Franse
legerbasis. Er sneuvelden 241 Amerikanen, 58 Fransen en 6
Libanezen (p. 68).
Van 1984 tot 1988 was Netanyahu ambassadeur bij de VN in New
York. Daar had hij contacten met rijke Joden, zakenlui zoals
Trump, ministers en journalisten. In december 1987 brak de
eerste Intifada uit in Gaza en op de Westoever. In december 1988
verklaarde Arafat dat hij een tweestatenoplossing aanvaardde met
slechts 22% van het oorspronkelijke Palestina (p. 75-76). Israël
ging er helaas niet op in.
In 1989 eiste de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken
James Baker dat Israël met de PLO moest onderhandelen en dat het
de droom van een Groot-Israël, de annexatieplannen en de bouw
van nederzettingen zou opgeven (p. 79-80). Netanyahu, inmiddels
viceminister, was razend. Ook zijn tweede huwelijk mislukte,
maar hij vond snel een nieuwe vrouw, Sara Ben-Artzi, die in 1990
zwanger werd en met wie hij dan trouwde. Ondertussen had hij ook
nog een relatie met Ruth Bar, een getrouwde adviseur van hem (p.
88). In de oorlog van Irak tegen Koeweit (1990-1991) blunderde
Arafat door de kant van Saddam Hoessein te kiezen. Op de
Westoever juichten de Palestijnen. Voor Netanyahu bewezen ze
daarmee dat ze Israël wilden vernietigen. Koeweit verbande de
ca. 400.000 Palestijnse arbeiders.
Door de val van de Sovjet-Unie arriveerden in 1990-1991 ca.
332.000 Sovjet-Joden in Israël. De VS waren bereid om 10 miljard
dollar te lenen als ze niet op de Westoever gehuisvest werden.
Shamir weigerde. Op de vredesconferentie van Madrid met Bush en
Gorbatsjov las Netanyahu passages voor uit het Palestijnse
Nationaal Handvest die opriepen tot de vernietiging van Israël.
Concrete resultaten waren er niet, maar de VS en de SU maakten
de weg vrij voor de Oslo-onderhandelingen.
In 1993 werd Netanyahu leider van oppositiepartij Likoed en
publiceerde hij zijn boek ‘A Place among the Nations’. In dat
jaar vonden nabij Oslo geheime vredesgesprekken plaats tussen
Israëliërs en de PLO. Netanyahu viel hun akkoord frontaal aan,
ondanks vergaande toegevingen van Arafat en hoewel 60% van de
Israëli’s er blij mee waren. In Gaza werd het goedgekeurd door
75% van de bevolking. Maar het werd getorpedeerd door
extremistische Israëli’s en Palestijnen met moordaanslagen op
burgers (p. 91-99). Op 4 november 1995 werd Rabin vermoord door
een Joodse tegenstander van de Oslo-akkoorden. Netanyahu was
volgens veel Israëli’s medeverantwoordelijk voor het giftige
klimaat.
Bij de verkiezingen van 1996 won hij nipt van Peres met 50,5
tegen 49,5 %. Hij werd tot 1999 premier van een verdeelde
coalitie van zes partijen. Op zijn 46ste was hij de jongste
premier ooit van Israël en de eerste die rechtstreeks door de
kiezers was gekozen. Zijn kabinet wees een Palestijnse staat af
en liet de nederzettingen verder uitbreiden. Over de
Oslo-akkoorden werd gezwegen. Onder Amerikaanse druk kwam er een
ontmoeting tussen Netanyahu en Arafat, maar de beloofde
terugtrekking uit Hebron werd uitgesteld: er kwam een compromis:
450 Joodse kolonisten bleven er, 20% bleef onder Israëlische
controle, hoewel de Joden slechts 0,3% van de bevolking
uitmaakten. De Palestijnse Autoriteit kreeg 80% van Hebron en
11% van de Westoever (p. 120-121). Arafat wou gedeelde
zeggenschap over Jeruzalem, maar voor Netanyahu was dat
ondenkbaar. In 1997 gaf hij zelfs toestemming voor de bouw van
6.500 woningen in Oost-Jeruzalem voor 30.000 Israëliërs. Deze
nieuwe wijk moest Oost-Jeruzalem afsnijden van de Palestijnse
gebieden op de Westoever! De VN veroordeelde deze daad bijna
unaniem. Maar Israël trok zich hier niets van aan: het aantal
kolonisten groeide in 1997 met 9%. De Palestijnen reageerden met
zelfmoordterrorisme. Een wraakactie op Hamasleider Mashal
mislukte: dit was een vernedering voor Netanyahu.
Clinton probeerde het vredesproces weer op gang te trekken, maar
Netanyahu werkte tegen. Hij lette niet op de 80% Israëli’s die
het akkoord goed vonden, wel op de 20% die het verafschuwden.
Uiteindelijk kwam er een mager akkoord op de Wye River
Plantation in Maryland: Israël trok zich terug uit enkele
procenten van de Westoever.
In mei 1999 verloor Netanyahu de verkiezingen tegen Ehud Barak
en zijn Arbeiderspartij (p. 135-139).
Hij werd dan zakenman, gaf lezingen in de VS voor … 60.000
dollar en streek jaarlijks 3,7 miljoen dollar op. Desondanks
betaalde hij zijn persoonlijke verbouwingen met overheidsgeld
(p. 140-141).
Barak gaf toestemming voor de bouw van 132 woningen in
Oost-Jeruzalem: ook hij voerde Oslo dus niet uit. In 2000 trok
het leger zich wel terug uit Zuid-Libanon. Maar in Camp David
kon Clinton premier Barak niet bewegen tot een akkoord.
In september 2000 veroorzaakte Sharon de Tweede Intifada door
over de Tempelberg te stappen. Die opstand duurde 4,5 jaar en
het geweld kwam van beide kanten. In 2001 won Sharon de
verkiezingen. Het Oslo-proces werd stilgelegd. Vanaf nu
domineerde Likoed de Israëlische politiek. In 2003 werd Sharon
opnieuw premier. Netanyahu kreeg Financiën. De werkloosheid
daalde, maar de armoede steeg. Sharon liet de nederzettingen in
Gaza ontruimen. Likoed stemde tegen, maar de Knesset keurde het
goed. Hamas beweerde dat hun gewelddadig verzet voor de
terugtrekking had gezorgd. Israël sloot Gaza dan af: de inwoners
gingen erop achteruit (p. 149-153).
In 2006 waren er verkiezingen, zowel in de Palestijnse gebieden
als in Israël. Hamas haalde verrassend 74 zetels, Fatah 45.
Israël en de VS negeerden de uitslag. Likoed behaalde zijn
slechtste resultaat sinds 1951 en Netanyahu zijn derde
verkiezingsnederlaag.
In juni 2006 brak een korte oorlog uit tussen Israël enerzijds
en Gaza en Zuid-Libanon anderzijds. Het werd geen succes: Hamas
en Hezbollah bleven overeind (p. 158-159). In 2007 nam Hamas de
controle over Gaza over en verdreef er Fatah. Israël reageerde
opnieuw met de afsluiting van Gaza, dat ze ‘Hamastan’ noemden.
In november 2007 deed president Bush een vergeefse poging om
premier Olmert en Abbas tot een tweestatenoplossing te brengen.
In december 2008 viel Israël Gaza nog eens aan. Er vielen 1.400
doden en er werd veel vernietigd. In 2009 trok men weer naar de
stembus. Likoed steeg van 12 naar 27 zetels, Kadima had er 28.
Toch werd Netanyahu premier. Hij botste met Obama, omdat die een
volledige bouwstop van de nederzettingen eiste. Hij bleef Israël
wel steunen met 200 miljoen dollar voor het raketafweersysteem
Iron Dome. Netanyahu veroordeelde het geweld van kolonisten
tegen Palestijnen, maar deed er niets aan (p. 173-177). Hij was
niet blij met de Arabische Lente: hij zag er enkel risico’s in.
Een Iraanse kernbom vreesde hij nog meer. Hij begon een geheime
oorlog tegen wapenfabrieken, generaals, scheepsladingen en
uranium-verrijkende centrifuges. In november 2012 voerden Israël
luchtaanvallen uit op Gaza en Hamas op Israël, met resp. 170 en
2 doden. Na de verkiezingen van januari 2013 werd Netanyahu voor
de derde keer premier. Hij kwam niet overeen met Obama, maar wel
met de Egyptische president Abdel Fatah al-Sisi, die de
smokkelroutes naar Gaza afsloot. De Amerikaanse gezant Kerry
deed vredespogingen, maar zonder succes.
In juni 2014 werden drie Israëlische tieners ontvoerd en
vermoord op de Westoever en Islamitische Jihad stuurde vanuit
Gaza raketten naar Israël. Israël sloeg hard terug: gedurende 51
dagen werden de tunnels van Hamas bestookt en hele woonwijken
van de kaart geveegd. Er vielen 2.200 Palestijnse en 73
Israëlische doden (p. 192).
In 2015 waren er alweer verkiezingen. Likoed won overtuigend.
Vanaf 2015 liepen/lopen er strafzaken tegen Netanyahu en zijn
vrouw, die verdacht worden van machtsmisbruik voor persoonlijke
doeleinden. Hij is de eerste premier die voor de rechter moet
komen (p. 203-206).
In september 2016 beloofde Obama 38 miljard militaire hulp. Maar
in december 2016 vroeg John Kerry dat Israël zich zou
terugtrekken naar de grenzen van 1967. Netanyahu reageerde
woedend.
De verkiezing van Trump was voor hem een opluchting. Trump
erkende in december 2017 Jeruzalem als hoofdstad en in 2018
stopte hij de financiering van de UNRWA. Abbas reageerde
furieus. Het Hooggerechtshof keurde in 2018 een wet af die de
nederzettingen legaliseerde.
In 2018 nam de Knesset de ‘Wet op de Joodse Natiestaat’ aan:
Israël is het historische thuisland van het Joodse volk, het
Hebreeuws is de enige officiële taal. De Arabische Israëliërs,
die 20% van de bevolking uitmaken, voelen zich daardoor
gedegradeerd, hoewel ze hun stemrecht en burgerrechten behouden.
Voor Netanyahu was de wet een overwinning (p. 210-212).De Mossad
toonde dan aan dat Iran een geheim kernwapenprogramma had.
Gevolg: Trump voerde zware sancties in. Bovendien erkende hij in
2019 de Israëlische soevereiniteit over de Golan en vond hij de
nederzettingen gerechtvaardigd (p. 213).
In 2019-2020 moesten de kiezers drie keer naar de stembus in
minder dan een jaar. Dan kwam corona. De regering reageerde snel
en krachtig. De ultraorthodoxen gehoorzaamden niet, waardoor zij
hoge besmettingscijfers kregen.
In 2020 sloot Netanyahu de Abraham-akkoorden met de Verenigde
Arabische Emiraten, Bahrein, Egypte en Soedan. Voor het eerst
sloten Arabische staten vrede zonder een oplossing voor het
Palestijnse vraagstuk.
In maart 2021 waren er alweer verkiezingen, zonder duidelijke
winnaar. Er waren acht partijen nodig om een coalitie te vormen
zonder Netanyahu, die 12 jaar premier was geweest.
Maar na de verkiezingen van november 2022 werd Netanyahu opnieuw
premier, nu van de meest rechtse en meest religieuze regering
ooit. Zijn poging om de macht van het Hooggerechtshof in te
perken mislukte door massale stakingen. Bovendien was er onrust
op de Westoever, in Gaza en Libanon plus onenigheid binnen de
regering.
7 oktober 2023 werd een nationale ramp en een nederlaag voor
Netanyahu. 5.000 Hamasleden doodden 1.200 Israëli’s en
ontvoerden er 250. Israël reageerde ongenadig met luchtaanvallen
en een volledige blokkade van voedsel, water, elektriciteit en
brandstof. 73.000 Gazanen werden gedood, van wie 70% vrouwen en
kinderen (p. 247).
Men eiste het aftreden van Netanyahu, omdat hij jarenlang had
toegestaan dat Qatar veel geld gaf aan Hamas en deze ramp niet
had zien aankomen. Hij zou ook niet geluisterd hebben naar
waarschuwingen uit Saoedi-Arabië en Egypte. Hezbollah opende
vanuit Libanon een tweede front. De Houthi’s en andere door Iran
gesteunde milities vielen ook aan.
Netanyahu vond de vernietiging van Hamas belangrijker dan het
terugkrijgen van de gijzelaars. De verwoesting van Gaza en de
schending van de mensenrechten leidden tot wereldwijde kritiek
en in december 2024 tot een arrestatiebevel van het
Internationaal Strafhof tegen Netanyahu en minister Gallant.
Onderzoeken wezen uit dat waarschuwingen genegeerd waren door
arrogantie aan de top, een zeer pijnlijke conclusie voor
Netanyahu.
De overwinning van Trump was een zegen voor Netanyahu. Zijn
wereldvreemd plan om van Gaza de ‘Riviera van het Midden-Oosten’
te maken deed Netanyahu stralen. Trump ondersteunde ook de
aanvallen op Iran in juni 2025 met zware bombardementen op de
nucleaire bunkers. Maar in september 2025 eiste hij dat
Netanyahu zich verontschuldigde bij de Qatarese premier voor
zijn aanval op Doha. Daarna moest hij ook Trumps vredesplan
accepteren. Maar hij voerde het niet uit (p. 255-259).
Op 28 februari 2026 vielen de VS en Israël Iran aan. Het werd
een dure uitputtingsslag, met wereldwijde gevolgen voor de
scheepvaart en de energieprijzen. Iran sloot de Straat van
Hormuz af, de Houthi’s die van Bab al Mandab. In 2026 nam ook
het kolonistengeweld toe op de Westoever en kwam er discussie
over de dienstplicht voor ultraorthodoxen.
Diepenhorst besluit: Netanyahu roept tegelijk bewondering en
afkeer op. De geschiedenis zal uitmaken of hij Israël veiliger
maakte of dieper verdeelde. En ook hoe de Israëliërs,
Palestijnen, Libanezen, Iraniërs over hem zullen oordelen.
De geschiedenis vormde voor hem een instrument om politiek te
bedrijven: het verleden was altijd aanwezig in zijn toespraken.
Eeuwenoude trauma’s verklaarden zijn hedendaagse keuzes, soms
met verdraaiing van de feiten, o.a. om het Palestijnse verzet te
plaatsen in de lange geschiedenis van Jodenhaat. Dat deed zijn
vader ook al. Van zijn vader en van zijn heldhaftige broer Yoni
kreeg hij de drang om zich te bewijzen.
In zijn eerste termijn als premier (1996-1999) was hij nog
pragmatisch. Vanaf 2009 veranderde dat onder invloed van Hamas
en van de verrechtsing in Israël: hij heeft nooit geloofd in een
oplossing van het conflict met de Palestijnen. Hij wil(de) het
niet beëindigen, maar beheersen. En sinds 1999 herhaalt hij dat
Iran de grootste bedreiging vormt.
Hij was een succesvol economisch hervormer, Israël werd rijker
en invloedrijker, maar hij vergrootte de kloof tussen arm en
rijk. Hij sloot vrede met enkele Arabische landen, maar niet met
de Palestijnen. Hij dacht dat hij Hamas onder controle had,
totdat de aanval van 23 oktober 2023 zijn fatale misrekening
aantoonde. Ook zijn aanpak van het Hooggerechtshof mislukte. De
vraag blijft dus: was hij een staatsman of een splijtzwam?
Beoordeling
Dit boek beschrijft niet enkel het leven en karakter van
Netanyahu, maar ook de geschiedenis van Israël en van de
Palestijnen van de laatste 80 jaar.
De auteur kent alle details en heeft zijn werk weer bijzonder
grondig gedaan. Hij toont duidelijk aan hoe moeilijk de
onderhandelingen tussen Joden en Palestijnen verlopen en hoe
weinig Israël bereid is om grondgebied terug te geven aan de
Palestijnen, ondanks de Amerikaanse druk.
Netanyahu is geen gemakkelijk mens, zijn vrouw Sara is nog
erger: zij eist de beste plaatsen op in het vliegtuig en
exclusieve hotels (p. 159), liefst op andermans kosten. De
auteur spaart hen niet. Opmerkelijk is ook hoe vaak Israël
nieuwe verkiezingen heeft en hoe moeizaam de vele partijen met
elkaar overeenkomen.
De opmerkingen die nu volgen betreffen details: op p. 16 staat
‘het voorstel’ i.p.v. ‘Toen Herzl voorstelde’. Op de kaarten van
p. 41 en 101 mis ik Caesarea en Karameh. Op p. 68 is het niet
duidelijk of er 63 of 241 Amerikaanse doden waren. De AIPAC
wordt genoemd op p. 72, maar de uitleg volgt pas op p. 82. Op p.
128 gaat het over ‘Een kaart … dat’. Ik zou zeggen: een kaart,
die. Op p. 132 staat dat 27% van de Westoever onder Palestijns
bestuur staat en 91% onder Israëlisch: dat is samen 118%.Op p.
137 staat ‘zijvarkensvlees’ in één woord i.p.v. twee.
De titel van het artikel op p. 215-216 luidt: ‘Geschenken uit
Washington’. Maar dat artikel gaat over Palestijnse protesten en
over dienstplicht voor ultraorthodoxe studenten.
En tenslotte: het boek van Khalidi (p. 288) bestaat ook in
Nederlandse vertaling.
©Jef Abbeel, Turnhout september 2026
www.jefabbeel.be




